
Warffum is nog een van de weinige dorpen met een bakker. Maar hoelang nog? Geert en Kobie Bouwman zijn beiden 65 en gaan over twee jaar met pensioen. ´Een opvolger zou mooi zijn. Voor ons, maar vooral ook voor het dorp.´
Ze beseffen dat dat geen eenvoudige opgave wordt. Geert: ´De jeugd kijkt heel anders tegen het vak aan dan wij vroeger. Niet iedereen wil om drie uur ´s nachts opstaan. En met je handen werken is ook niet meer vanzelfsprekend.´


Volgens Geert beginnen aan de bakkersopleiding van Noorderpoort jaarlijks ongeveer 25 leerlingen uit de drie noordelijke provincies. ´Van hen maken vier of vijf de volledige opleiding af. Die moeten vervolgens ook nog een partner hebben die het bakkersleven ziet zitten én bij de bank een pand gefinancierd krijgen. Uiteindelijk zijn er misschien één of twee die een eigen winkel beginnen.´
Chiel Klugkist uit Uithuizermeeden is tweedejaars student en loopt op donderdag en vrijdag stage in Warffum. En dat bevalt hem goed. ´Het is een heel mooi vak. Na de zomer ga ik verder op niveau 3. Het stoppen van Geert en Kobie komt voor mij nog te vroeg, denk ik. Dan ben ik pas 20 jaar. Zo´n zaak brengt veel verantwoordelijkheden met zich mee.´

Geert en Kobie runnen hun bakkerij aan de Oosterstraat sinds 1987. Geert werkte daarvoor tien jaar bij bakkers in Uithuizen en Delfzijl. Kobie was enige tijd werkzaam op het gemeentehuis in Ten Boer. ´Morgen is er weer een dag, was daar de houding. Dat is heel anders dan wanneer je een bakkerszaak hebt.´
´Mijn ouder zeiden altijd: kom niet met een bakker thuis. Haha, toch is het gebeurd. Zij hadden zelf een bakkerij gehad in Stedum en wisten wat dat betekende: lange dagen, weinig vrije tijd.´
Geert hoorde via een vertegenwoordiger dat de bakkerij in Warffum te koop stond. ´Sinds 1973 had het dorp geen bakker meer gehad. Jongelui hebben het hier nog geprobeerd, maar gingen na driekwart jaar failliet. Wij zagen er wel brood in. Eind 1986 hebben we de bakkerij met winkel en woonhuis gekocht.´

´Dat we het grotendeels samen doen, is onze kracht. Kobie runt de winkel, met hulp op donderdag – haar vaste oppasdag – en op zaterdag. De loonkosten blijven daardoor laag. Een fulltime kracht kost inclusief sociale lasten al snel 50.000 euro per jaar. Om dat terug te verdienen, moet je een ton extra omzet draaien. Een loodgieter kan zijn uren schrijven, een bakker niet.´
Vrijwel alle producten maken ze zelf; alleen het roggebrood niet. De productie daarvan is tijdrovend en slurpt energie, daarom betrekken ze het van een collega in Hoogezand.

Overgebleven brood schenken ze aan de voedselbank. ´Ons motto is: liever tien broden over dan één tekort. Want als je een klant nee moet verkopen, levert dat slechte reclame op. De overgebleven broden gaan in de vriezer en op vrijdag haalt de voedselbank ze op.´
Door het stoppen van collega-bakkers in omliggende dorpen als Baflo en Winsum is het de afgelopen jaren iets drukker geworden. ´Maar vergeet niet: van een bakker die stopt, versnippert de omzet. Klanten wijken uit naar andere bakkers of halen hun brood in de supermarkt.´


Gemiddeld slaapt de ambachtsman zes uur, van negen uur ´s avonds tot drie uur ´s nachts. Op vrijdagavond begint hij zelfs al om half twaalf. Tussen de middag is de winkel doordeweeks gesloten en doet hij een kort dutje op de bank. ´Dan kan ik er weer tegen.´
December is verreweg de drukste maand van het jaar; januari juist de rustigste. In de dagen voor kerst en oud en nieuw staat Geert nóg eerder op. Soms komt er van slapen nauwelijks iets terecht. ´Zodra de bestellijsten voor de kerstdagen binnenkomen, pak ik ook de zondag erbij in de bakkerij. Normaal gesproken doe ik die dag alleen de boekhouding.´

Sinds een jaar is de winkel vijf dagen per week open in plaats van zes. ´Na een flinke longontsteking ben ik gewoon door blijven werken. Toen hebben we gezegd: we zijn geen veertig meer, dinsdag houden we de winkel dicht. We hadden ook voor de maandag kunnen kiezen, maar dat zou extra drukte op zaterdag opleveren.´
Voor Geert is de bakkerij zijn lust en zijn leven. Op zomerse zondagen maakt hij graag een tocht op de motor. Bij die ene hobby blijft het, min of meer gedwongen. ´Ik doe dit werk al 38 jaar met heel veel plezier. Daarom zie ik er ook tegenop om te stoppen. In ons vak is stoppen definitief. Een timmerman kan na zijn pensioen nog eens een kozijntje zetten, maar voor ons houdt het werken in één keer op.´


Kobie kijkt juist uit naar haar pensioen, hoewel ook zij het werk met plezier doet en geniet van de sociale contacten. ´Ik heb genoeg hobby´s: fietsen, puzzelen, lezen, zingen bij popkoor Songbird in Uithuizen, oppassen op onze kleindochter. En ik houd van reizen. Als we met pensioen zijn, kopen we een camper…´ Ze werpt een schuine blik opzij. Een reactie blijft uit. Lachend: ´O, Geert weet dat nog niet.´
Wat vaststaat: deze feestdagen doen ze het zoals altijd rustig aan. Kobie: ´Op eerste kerstdag en nieuwjaarsdag is de pijp leeg. Niet voor niets is het samenzijn met de familie meestal op tweede kerstdag.´
Eerder verscheen op mijnhogeland.nl:
Drie generaties Bouwman bakken erop los
mijnhogeland.nl/2023/01/01/81117b/
