
Met zijn koopwaar springt hij eruit op de Midzomermarkt in Kloosterburen. Paul Vreuls verkoopt slechts één product: zijn boek met de opmerkelijke titel Reeth, van Lull tot Anus, vol mooie foto´s en menselijke verhalen. Reden genoeg om een paar dagen later langs te gaan bij de inwoner van Molenrij.
Sinds vier jaar woont Paul met zijn vrouw Det aan het haventje van Molenrij, in een woonboerderij met een weelderige tuin. Ze verruilden Amsterdam, waar hun dochter nog woont en waar ze nog een pied-à-terre hebben, voor het Groninger landschap.
´Het bevalt ons ontzettend goed. Oorspronkelijk komen we zelf ook uit een dorp. De natuur is geweldig en we hebben fijn contact met de buren.´ De geboren Limburger voelt zich er thuis, al zal hij nooit een carnavalsvierder worden. ´Ik begeef mij niet graag in de massa.´

De ondertitel van zijn boek luidt Op avontuur langs de scabreuze kant van Nederland (en een vleugje Vlaanderen). ´Scabreus betekent dubbelzinnig, met een seksuele lading. Een beetje ondeugend, zou mijn moeder zeggen.´ Det, die informeert of de heren koffie wensen: ´Ik zou zeggen: schuin.´
De titel schrikt sommige mensen misschien af, denkt Paul (75). ´Maar ik heb eigenlijk nooit negatieve reacties gekregen, alleen positieve. De plaatsnamen zijn voor mij slechts een kapstok om mensen mooie verhalen te laten vertellen. Het gaat over de herkomst van die namen, maar vooral over de mensen die ik er ontmoette.´
Paul vertelde over zijn boek op NPO Radio 1 en Radio 538 en kreeg lovende recensies in onder meer Het Parool en Onze Taal. ´Die begrijpen dat ik vooral met verhalen, met taal bezig ben. Kranten als de Volkskrant en NRC hebben geen woord aan mijn boek gewijd. Jammer, want volkse humor is van alle tijden. Zogenaamde kwaliteitskranten zouden daar hun neus niet voor moeten ophalen.´

Zijn fascinatie voor dubbelzinnige plaatsnamen heeft een persoonlijke achtergrond. Op zijn achttiende vertrok hij vanuit Zuid-Limburg naar Amsterdam om geneeskunde te studeren. ´De slechtste keuze die ik ooit heb gemaakt. Ik wist alleen dat ik weg wilde uit Limburg.´
´Mijn jeugd was niet de makkelijkste en tegen mijn achttiende kampte ik met een dijk van een identiteitscrisis. Die had te maken met de bekrompen seksuele opvoeding die ik had ondergaan. Mijn belangstelling voor dubbelzinnige namen vindt ongetwijfeld daar haar oorsprong.´
Hij verruilde de geneeskunde al snel voor de journalistiek. Na een periode bij het Amstelveens Weekblad, Trouw en het maandblad Reizen van de ANWB koos Paul voor het freelancerschap. Als (reis)journalist schreef hij voor landelijke kranten en bladen als Op Pad, Reizen, ProMotor, Internationale Samenwerking en National Geographic.

Zijn boek De Ronde van Nederland verhaalt over een fietstocht langs de landsgrens. Er werden ruim zevenduizend exemplaren van verkocht.
Hoofdredacteur Jan Kruithof van motorblad ProMotor (´de beste hoofdredacteur die ik ooit heb meegemaakt´) vroeg hem zes jaar geleden of hij nog eens een serie wilde maken. Paul stelde een reeks over gekke plaatsnamen voor. ´Jan was meteen enthousiast.´

Met een namenlijstje ging Paul op pad. ´Hoe het in zijn werk gaat? Je rijdt bijvoorbeeld naar buurtschap Poepershoek in Noord-Overijssel, belt ergens aan en voor je het weet zit je aan de koffie en hoor je verhalen. En dan gaat het allang niet meer over Poepershoek.´ Gaandeweg ontdekte hij dat de dubbelzinnigheid van vrijwel al die plaatsnamen op toeval berust.
Intussen werd zijn lijstje een lijst. Zo kwam hij erachter dat zich vroeger bij Venray de buurtschap Lull bevond. Het plaatsnaambord verdween door een gemeentelijk besluit in 1970, maar tegenwoordig hangt er weer een bord op particulier terrein. ´Daar heeft de gemeente gelukkig niets over te zeggen.´

Van de serie maakte Paul uiteindelijk zelf het boek. Om de verkoopprijs onder de 25 euro te houden liet hij meteen achtduizend exemplaren drukken. Sinds de verschijning afgelopen september zijn er meer dan vijfduizend exemplaren van verkocht. Inmiddels geeft hij er ook lezingen over. ´Het is bijna cabaret, zoveel wordt er gelachen.´
Zijn favoriete plaatsnaam? Beneden Knijpe, tegenwoordig De Knipe, bij Heerenveen. In Groningen bezocht hij onder meer Tranendal (Winschoten) en Fiemel (Termunten).

In dat laatste dorp dronk hij koffie bij zangeres Wia Buze. ´Hilarisch was dat. Ik wilde graag weten waar de naam Fiemel vandaan kwam, maar vond het toch ongepast om dat aan haar te vragen. Toen ze even naar de keuken liep om koffie te halen, informeerde ik snel bij haar man Hans Hauer. Die had geen flauw idee, maar wist wel dat het geen Gronings voor piemel was. Hij zei: Dat is piethoan.´
Ook in België, Frankrijk, Duitsland en Luxemburg zocht Paul naar scabreuze plaatsnamen. Het afsluitende hoofdstuk gaat daarover.

´Ik had Reeth, Lull, Kuttingen, Rectum en Poepershoek al gevonden. Toen dacht ik: als er ook nog een Anus bestaat, is het achterwerk compleet. En inderdaad: in Frankrijk ligt een dorpje met die naam. Toen wist ik ook meteen hoe het boek moest heten: Reeth, van Lull tot Anus.´
Nieuwe ideeën zijn er al. Zijn voorouders waren Limburgse marskramers die elk voorjaar naar Berlijn liepen om onderweg handel te drijven en allerlei klussen te doen. ´Die route zou ik graag via archiefonderzoek reconstrueren en vervolgens zelf lopen. Dan komen mijn journalistieke werk, familiegeschiedenis, fotografie en wandelen allemaal samen.´
Reeth, van Lull tot Anus is verkrijgbaar in de boekhandel en via boekreeth.nl.
De foto´s van de plaatsnaamborden zijn afkomstig uit het boek.
