
Muziek is de grote hobby van Gabe Roelfsema. ´Eentje met manische trekjes. Het begon met luisteren, maar is gaandeweg meer de commerciële kant opgegaan. Ik ga graag naar platenbeurzen, om te verkopen en met bezoekers over muziek te praten.´
De 73-jarige Winsumer, oud-medewerker van PTT, KPN en Atos, heeft inclusief handelswaar ongeveer 2500 lp´s, 6000 cd´s, een paar honderd singles en een flinke partij muziektijdschriften. Al zijn cassettebandjes en bandrecorderbanden bevinden zich eveneens nog in huize Roelfsema/Vos.

´Mijn eigen collectie blijft intact. Het zou zonde zijn om mijn eigen platen mee te nemen naar beurzen. Dan verdien je misschien een paar honderd euro, goed voor een weekendje weg. Het is de bedoeling dat mijn zoon Arthur later alles overneemt. Hij is trouwens vernoemd naar een album van The Kinks.´
The Kinks vormen samen met The Doors de rode draad in zijn muzikale leven. Als jonge tiener maakte hij de opkomst van de popmuziek mee. ´Je had toen twee kampen: The Beatles en The Rolling Stones. Ik koos een beetje eigenwijs voor The Kinks.´
Die keuze is hij altijd trouw gebleven. Al twintig jaar reist hij in november – vaak samen met zijn partner Herma Vos – naar Londen voor de officiële fanclubmeeting. ´Fans van over de hele wereld komen daar samen. Het is een paar dagen lang muziek, verhalen en tributebands. Dit jaar is helaas de laatste editie.´

Zijn tweede held is Jim Morrison.´Ik ben meerdere keren naar zijn graf in Parijs geweest. The Doors zag ik live in 1972, een jaar na Morrisons dood.´
Nog altijd gaat hij gemiddeld eens per maand naar concerten. ´Eind maart bijvoorbeeld naar Manfred Mann´s Earth Band, een paar dagen later naar een Neil Diamond-coverband en in oktober naar Jethro Tull, alle drie in de stad.´
Gabe houdt het zelf vooral bij muziek uit de jaren zestig en zeventig. ´Begin jaren tachtig is mijn interesse in nieuwe muziek gestopt. Hiphop en scratchmuziek kwamen op en dat sprak me niet aan.´ Albums uit latere jaren maken wel deel uit van zijn handel, vaak voor een prikkie op de kop getikt of gekregen.
´In mijn jeugdjaren kende ik de Top 40 uit mijn hoofd. Ik haalde wekelijks de lijst bij de platenzaak, keek er een paar minuten naar en daarna overhoorden mijn ouders mij. Ik kon de songs zo opdreunen.´

Opvallend genoeg draait hij zijn platen zelden. ´Ik ben meer in de ban van muziek dan van vinyl. Eerlijk is eerlijk: het is ook gemakzucht. Een cd zet je zo op of je klikt iets aan op de computer. Sinds ik hier in 2002 ben komen wonen, heb ik geen lp meer gedraaid, sporadisch een singletje.´
´Ik heb voor duizend euro aan boxsets van Jethro Tull, ze zijn allemaal nog geseald. Ik heb ze nooit afgespeeld. Ik koop ze in Hoogezand, bij platenwinkel Evelyn Novacek. Marjolein, die de zaak runt, zegt weleens: ´Gabe, je moet ze ook eens gaan draaien.´

Acht tot tien keer per jaar staat hij op platenbeurzen, in Nederland en Noord-Duitsland. ´Over de grens is de kooplust groter. Ik denk omdat de aandacht daar vroeger vooral uitging naar schlagermuziek. Wat ze in de jaren zestig en zeventig gemist hebben, halen ze nu in.´
´Rijk word je er zeker niet van. Voor een tafel van 4 meter betaal je al gauw 75 tot 100 euro. Dat moet je eerst terugverdienen. Soms leg je er geld op toe.´

´Ik had graag in een band willen spelen of zingen. Jammer dat ik geen instrument bespeel. Op mijn twaalfde kreeg ik van mijn ouders een Spaanse gitaar. Mijn moeder had mij opgegeven voor les, maar ik was te verlegen en ging niet. We woonden driehoog aan de Paterswoldseweg in de stad. Geregeld stond ik met die gitaar voor het raam te showen. Maar ik kon geen akkoord spelen.´
Hoewel hij al 24 jaar in Winsum woont, voelt hij zich nog altijd Stadjer. ´Mijn jeugd ligt daar, van mijn tweede tot mijn negentiende. Ik kwam hier vroeger wel eens met de brommer en dacht: aan de noordkant van de stad wil ik niet wonen. Tot ik Herma leerde kennen.´
´Samen reizen we de hele wereld over. Dit jaar waren we nog drie weken in Thailand en de afgelopen jaren hebben we al veel landen bezocht. Reizen is na mijn pensioen echt een hobby geworden.´

En dan zijn er nog de vogels. Achter het huis staat een volière met kleurrijke dwergpapegaaitjes. ´Eerst had ik kanaries, echte zangers. Deze maken vooral kabaal´, zegt hij lachend.
´Ik noem de agapornis gekscherend agaporno, want ze seksen veel en zorgen voor veel nakomelingen. Achttien vogels is voor mij de grens. Alles daarboven verkoop ik.´

