
Eens in de paar weken spreekt een clubje natuurliefhebbers af in Abelstok, tussen Mensingeweer en Wehe-den Hoorn. Niet om er te wandelen, maar om de handen uit de mouwen te steken. En minstens zo belangrijk: om bij te praten.
Het onderhoud komt de oude fruitboomgaard ten goede, vertelt Herman Haverkort. Samen met initiatiefnemer Ingrid Leegte (die een boek schreef over het kleibos dat zij zo bewondert) en Akkelies Dijkstra vormt hij de officiële werkgroep van Staatsbosbeheer. Inmiddels hebben zich daarbij elf andere vrijwilligers aangesloten.


Deze woensdag zijn er zes van de tien van de partij. Nog voordat ze plaatsnemen op de picknickbank laat Herman een vernield houten bordje zien. Zonde, vindt hij. ´Twee jaar geleden, bij de oprichting van de werkgroep, hebben we hier een boom geplant: de Abelsboom. Het is mooi om zoiets te markeren.´
Ze beginnen de ochtend met koffie en thee. Er worden nieuwtjes uitgewisseld, plaagstootjes uitgedeeld en veel gelachen. Dan is het de hoogste tijd om aan het werk te gaan.
Met bijlen, snoeischaren en zagen lopen ze naar het stuk bos dat ze van Staatsbosbeheer onder hun hoede hebben. ´Wij doen alles met de hand´, zegt Herman. ´Machines beschadigen de grond, en het duurt lang voordat die zich herstelt.´
De opdracht is duidelijk: boomscheuten (opschot) en jonge essen verwijderen, en bramen flink terugsnoeien. Zo ontstaan er meer open plekken in het bos.

Herman: ´Abelstok was ooit een fruitboomgaard met een boerderij, later hebben er nog enige tijd hippies gewoond. Sindsdien is het terrein meer en meer verwilderd. Ons onderhoud helpt de fruitbomen én de natuur. We willen het karakter van de boomgaard terugbrengen. Juist door het natuurlijk te houden, bevorderen we de biodiversiteit.´
Hij wijst naar een stuk verderop. ´Hier stond vorig jaar nog veel dood hout en opschot van essen. Kijk hoe het er nu uitziet. De fruitbomen krijgen meer zon. Het hout leggen we op rillen, waar insecten en dieren op afkomen. Door de open plekken krijgen kruiden en bloemen meer kans, en dat trekt ook weer insecten aan.´
Hier en daar staan jonge fruitbomen: oude rassen, aangeplant door de Noordelijke Pomologische Vereniging in overleg met Staatsbosbeheer.


Er wordt hard gewerkt, merkt Jan Langelaar op, die ondertussen net als de anderen geniet van de natuur. Bijvoorbeeld van het opkomende fluitenkruid en de oranjetipjes die rondfladderen.
´Die vlinder komt af op de pinksterbloem en look-zonder-look´, zegt hij enthousiast. Even later staat hij even stil bij een bemoste perenboom waar eikvarens uit groeien. ´Het is een varen die normaal groeit in Drenthe, op zandgrond. Ja, dit is een uniek bos.´

De vrijwilligers weten dat hun werk nooit af is. Ze onderhouden slechts een klein deel van Abelstok.
´Dit stuk is te overzien´, zegt Herman. ´Het hele gebied bijhouden is geen optie, zelfs niet als ik hier mijn leven lang alle dagen bezig zou zijn.´
Jan knikt. ´Het is een project zonder end. Maar we doen zeker iets nuttigs.´






De groep van vandaag komt grotendeels uit Winsum. Alleen Nynke Dicke woont in Eenrum, al groeide ze op in Winsum. Met haar 42 jaar is ze de jongste.
´Herman vroeg me om mee te doen. Toen hij over Abelstok begon, dacht ik meteen: hij bedoelt het appeltjesbos waar we vroeger met de kinderen naartoe gingen. Zo noemden wij dit. Ik wist niets van bomen, maar al doende leer je. En het is vooral een heel gezellige groep.´
In Abelstok is nog een tweede vrijwilligersgroep actief: de christelijke organisatie A Rocha. Zij onderhouden een ander deel en organiseren er soms een openluchtdienst. Jan Langelaar is de enige die bij beide groepen betrokken is. Ook A Rocha werkt onder de vlag van Staatsbosbeheer.

