
Pieter Woldijk heeft het sinds zijn pensioen drukker dan ooit. Als vrijwilliger zet hij zich met veel plezier in voor zorgorganisatie De Golden Raand, onder meer als dierenverzorger in de hertenkamp in Bedum.
Officieel heet hij Pieter, maar vrijwel iedereen noemt hem Piet. Geboren en getogen in Bedum. Daar werkte hij veertig jaar in technische functies bij de melkfabriek. Eerder was hij tien jaar schilder.

´Op mijn zestiende begon ik als leerling-schilder. Na vijftig jaar werken ben ik in 2018 met pensioen gegaan.´
Van stilzitten is sindsdien geen sprake. ´Tot een jaar geleden hielp ik vaak mee op de boerderij van mijn kameraad Jan Oosterbeek aan de Wolddijk. De laatste jaren had hij geen boerenbedrijf meer, alleen nog een paar schapen. Maar er bleef altijd genoeg werk liggen. Inmiddels is hij verhuisd naar het dorp.´

Boer worden had Pieter, met onafscheidelijke pet, zelf ook graag gewild. ´Mijn ouders vonden dat geen goed idee. Toen ik nog op de basisschool zat, was ik vaak te vinden bij boer Reinder Bazuin. Die boerderij is eind jaren tachtig gesloopt om plaats te maken voor woningen.´
Thuis stilzitten past niet bij hem. ´Ik moet wat om handen hebben. Wina vindt dat ook wel best´, zegt hij lachend over zijn vrouw, met wie hij eind dit jaar vijftig jaar getrouwd hoopt te zijn. ´Dan ben ik er een beetje uit, hè.´


Ook rond hun huis aan de Ludgerstraat is genoeg te doen. ´We hebben een bloementuin en een grasveld. En in de garage staat mijn trekker uit begin jaren zestig: een McCormick D430.´
Pieter is kort na zijn pensionering begonnen met het voeren van de dieren in de hertenkamp aan de Margrietlaan. Dat gebeurt op dagen dat er geen mensen van De Golden Raand zijn: in het weekend, op feestdagen en in vakanties. Ook repareert de man met twee rechterhanden van alles wat stukgaat.
Al langer is hij als chauffeur betrokken bij de zorgorganisatie. ´Elke dinsdag haal ik deelnemers met een busje van huis op en breng ik ze later weer thuis. Ze werken op de boerderij van de familie Engel in Adorp. Zelf help ik daar tussendoor ook met boodschappen en allerlei klusjes. Soms spring ik ook op andere dagen bij. Elk jaar werk ik mee aan de voorjaarsmarkt.´


Zijn betrokkenheid bij de organisatie heeft ook een persoonlijke kant. Zijn broer Jan, die veertien jaar jonger is, kreeg als peuter een ernstig ongeluk.
´Hij stak in een onbewaakt ogenblik de Grotestraat in Bedum over en werd aangereden door een brommer. Daar heeft hij blijvend hersenletsel aan overgehouden. Jan woont bij Cosis. Ik ben al enkele jaren voorzitter van de familieraad van Cosis Uithuizen-Winsum.´


Op een zaterdagochtend in de hertenkamp blijkt al snel dat de dieren hem goed kennen. Zodra Pieter met de voederbakjes rammelt, komen ze meteen op hem af. Van de schrijver van dit verhaal moeten de dieren – op de alpaca´s na – weinig hebben.
´We hebben hier twee alpaca´s, drie kippen, vier loopeenden, zes konijnen, drie herten en vier geiten. Die vier zijn echte boefjes. Daarom noem ik ze de vier Daltons, naar het stripverhaal van Lucky Luke.´
De hertenkamp is doordeweeks geopend als er mensen van De Golden Raand aan het werk zijn. ´Bij mooi weer komen er vaak mensen met kinderen langs. Als ik er ben, mogen belangstellenden eveneens binnenkijken.´


