Zeeuwse klipper van Bouke bepaalt al 30 jaar het aanzicht van Schouwerzijl

De Mark – met als oorspronkelijke thuishaven Breda – bepaalt al 30 jaar het aanzicht van het haventje van Schouwerzijl. De Zeeuwse klipper is eigendom van Bouke van der Kolk, beter bekend als Bouke van De Mark. ´Ik hoor veel positieve reacties over mijn schip. En dat is logisch, een haven zonder schip is een leeg gat.´

Het haventje met sluis worden gerenoveerd, nieuwe damwanden zijn al aangebracht. Dat is de reden dat De Mark tijdelijk pak ´m beet 60 meter verderop ligt. Rond die plek moest de Kromme Raken eerst worden gebaggerd alvorens de 69-jarige Bouke kon afmeren. ´Ik verwacht hier toch zeker de rest van het jaar te liggen. De werkzaamheden zijn drie weken geleden begonnen en er moet nog veel gebeuren.´

Dat 10 procent van de inwoners zich intensief bezighoudt met de haven is toch een teken van saamhorigheid

Voor een nieuwe invulling van de omgeving van het haventje is een kadecommissie opgericht waar Bouke ook in zit. ´Het dorp telt zo´n tachtig, negentig inwoners. Dat 10 procent van hen zich intensief bezighoudt met de haven is toch een teken van saamhorigheid. Dat zie je veel bij dorpen met minder dan honderd inwoners. Daarom mag ik hier ook zo graag wonen.´

´Bovendien is dit een historische plek, de Hunze stroomde hier eeuwen geleden om bij Pieterburen in de Waddenzee uit te monden.´

Bouke is de vierde eigenaar van het schip uit 1893, dat zijn naam dankt aan de rivier bij Breda en de eerste tientallen jaren vooral werd gebruikt voor het transport van onder meer graan in Nederland, België, Frankrijk en Duitsland. Om door Franse kanalen te kunnen, is het smal gebouwd. De Mark heeft in de jaren vijftig steen vervoerd voor de dijkverzwaring in Zeeland.

Ik heb van mijn hobby mijn beroep gemaakt en ben scheepsrestaurateur geworden

Het had weinig gescheeld of De Mark had niet meer bestaan. ´Ik kocht het schip in 1973 voor een dubbeltje de kilo van een sloper die het puur als oud ijzer zag. Schepen waren in die tijd weinig waard. Ik heb het zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat hersteld. Vervolgens heb ik van mijn hobby mijn beroep gemaakt en ben scheepsrestaurateur geworden.´

Het luik naar de machinekamer. De Mark heeft een Groningse motor uit 1926, gemaakt door de Appingedammer Bronsmotoren Fabriek. De motor deed eerst dienst in een korenmolen in Zuid-Holland en werd in 1946 in het schip geplaatst.

´Mijn werkgebied zijn de noordelijke provincies. Kleine klusjes kan ik hier in de werkplaats in het ruim doen, voor grotere klussen neem ik het schip mee en dan kan ik zo maar weken of maanden weg zijn.´

´Mijn specialiteit is het klinkwerk en bij gelegenheid revisie van oude motoren. De vraag naar dit werk neemt af. Gelukkig heb ik mijn leeftijd mee. Mensen hebben tegenwoordig weinig trek om veel geld in de restauratie van erfgoed te steken en genieten liever van andere dingen. Het is een levensstijl die over het algemeen genomen niet meer zo aansluit bij de huidige tijdgeest. Het is te hopen voor het behoud van ons varend erfgoed dat het tij ook weer keert.´